NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Hoge Raad beslist in Albron-zaak: Intra-concern gedetacheerde werknemer gaat mee bij uitbesteding activiteiten.

24 april 2013 - Arbeidsrecht nieuws

Artikel 7:663 BW bepaalt dat door de overgang van een onderneming de rechten en verplichtingen die op dat moment voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst overgaan op de verkrijgende onderneming. De Hoge Raad heeft onlangs, in een uitspraak van 5 april 2013, beslist hoe deze bepaling moet worden uitgelegd in het geval van uitbesteding van een concernactiviteit met werknemers die in dienst zijn van een andere (concern)vennootschap.


Wat was er aan de hand?

Binnen het concern van Heineken zijn de werknemers in dienst bij Heineken Nederland Beheer B.V. (HNB). De heer Roest wordt door HNB als medewerker catering gedetacheerd bij Heineken Nederland B.V., dat de catering binnen het concern verzorgt. De cateringactiviteiten worden door Heineken Nederland B.V. in 2005 uitbesteed aan Albron. De heer Roest treedt bij Albron in dienst, echter tegen ongunstiger arbeidsvoorwaarden dan hij had bij HNB.

Het geschil

De heer Roest legt zich niet bij de versobering van zijn arbeidsvoorwaarden neer.
Hij betoogt dat er sprake is van overgang van onderneming, nu de cateringactiviteiten van Heineken werden overgenomen door Albron. Als gevolg van de overgang van onderneming zou Albron hem tegen dezelfde arbeidsvoorden als die golden bij Heineken in dienst moeten nemen.

Volgens Albron was er geen sprake van overgang van onderneming, nu de heer Roest slechts was gedetacheerd aan Heineken Nederland door zijn werkgever HNB. De cateringactiviteiten werden overgedragen door Heineken Nederland aan Albron. Nu Heineken Nederland niet de werkgever van de heer Roest was, kon de heer Roest geen beroep doen op de werknemersbescherming die geldt bij overgang van onderneming in de zin van artikel 7:663 BW. Daarvoor vereist artikel 7:663 BW immers het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever waarvan de onderneming overgaat.

De heer Roest verweerde zich tegen het standpunt van Albron door te wijzen op de Europese Richtlijn waarop artikel 7:663 BW is gebaseerd. Daarin wordt niet gesproken van werkgever en arbeidsovereenkomst maar van vervreemder en arbeidsovereenkomst of dienstbetrekking. De wet zou aan de hand van de richtlijn moeten worden uitgelegd, hetgeen volgens de heer Roest zou betekenen dat er ondanks detachering toch sprake was van een overgang van onderneming.

Het Hof van Justitie EU en het Hof Amsterdam

In hoger beroep stelde het Gerechtshof in Amsterdam zogenaamde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van de richtlijn.

Het Hof van Justitie gaf in een arrest van 21 oktober 2010 aan dat sprake kan zijn van een contractuele werkgever (in deze zaak HNB) en een niet-contractuele werkgever (in dit geval Heineken Nederland). Volgens het Hof van Justitie kan ook een niet-contractuele werkgever als vervreemder van een onderneming in de zin van de richtlijn worden beschouwd als daar de werknemers permanent worden gedetacheerd. Sterker nog, als sprake is van een contractuele en een niet-contractuele werkgever, moet als vervreemder worden aangemerkt de onderneming die verantwoordelijk is voor de activiteiten van de overgedragen onderneming. Dat zal in de regel de niet-contractuele werkgever zijn.

Het Hof Amsterdam oordeelde vervolgens op grond van het arrest van het Europese Hof dat Heineken Nederland moest worden gezien als de vervreemder in de zin van de richtlijn en als werkgever in de zin van artikel 7:663 BW. De heer Roest kreeg dus gelijk.

De Hoge Raad

De Hoge Raad heeft het arrest van het Hof Amsterdam in stand gelaten. Centraal bij de Hoge Raad stond de vraag of de wettelijke bepaling, waarin toch duidelijk wordt gesproken over arbeidsovereenkomst en werkgever, wel conform de richtlijn kon worden uitgelegd. Albron betoogde van niet en betoogde tevens dat naar Nederlands recht een arbeidsovereenkomst alleen kan bestaan met de partij die het loon betaalt (in dit geval dus HNB, hetgeen zou betekenen dat geen sprake zou zijn van overgang van onderneming).

De Hoge Raad volgt Albron niet. Volgens de Hoge Raad wordt met werkgever in artikel 7:663 BW hetzelfde bedoeld als met vervreemder in de richtlijn. De wetgever heeft volgens de Hoge Raad de wens gehad om de richtlijn getrouw om te zetten in het nationale recht.

Conclusie

Acht jaar na de uitbesteding van de cateringactiviteiten door Heineken is er zekerheid gekomen over de toepasselijkheid van artikel 7:663 BW bij intra-concern gedetacheerde werknemers. Voor toepasselijkheid van de wettelijke regeling omtrent overgang van onderneming, is niet noodzakelijk dat de betrokken werknemers formeel in dienst zijn bij de overdragende onderneming. In het geval van de heer Roest zijn de rechten en verplichtingen uit zijn arbeidsovereenkomst met HNB dus overgegaan op Albron, ondanks dat er sprake was van een overgang van onderneming tussen Heineken Nederland, waar hij feitelijk werkzaam was, en Albron.

De uitspraak van de Hoge Raad zag overigens 'slechts' op intra-concern detachering, maar logischerwijs kan de uitspraak ook worden toegepast op andere detacheringsconstructies.
Wil er in zo'n situatie sprake zijn van een 'niet-contractuele werkgever' in de zin van de richtlijn, dan zal de detachering in ieder geval een min of meer permanent karakter moeten hebben. De rechtspraak op dit punt moet echter nog worden gevormd.

De uitspraak is te vinden op www.rechtspraak.nl: BZ1780. Voor meer informatie over dit onderwerp of advies kunt u contact opnemen met Erik Lichtenveldt (telefoonnummer: 010-7504475
of el@thladvocaten.nl).

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.