NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

HR: Vordering tot teruggave van een goed verjaart na twintig jaar, ook bij verschillende bezitters te kwader trouw

21 september 2012 - Onroerendgoedrecht nieuws

Als je maar lang genoeg iets in bezit houdt, word je vanzelf eigenaar. Ben je te goeder trouw bezitter van een onroerende zaak, dan word je na tien jaar eigenaar. Ben je te kwader trouw, dan duurt het twintig jaar. Na die tijd verjaart namelijk de vordering van de eigenaar om aan het bezit een einde te maken. Bepalend is slechts of gedurende een onafgebroken periode van twintig jaar het bezit door een ander dan de eigenaar is uitgeoefend. Dit volgt uit de wet en wordt aldus toegepast in een arrest van de Hoge Raad van 10 augustus 2012. Volgens de Hoge Raad is niet van belang of opvolging in het bezit heeft plaatsgevonden en ook niet of opvolgende bezitters te goeder trouw waren.

De casus

De casus zoals die voor lag bij de Hoge Raad was als volgt. Eiser is sinds 1999 eigenaar van een perceel. In de periode van 1978 tot 1999 woonde de voorganger van eiser op het adres. De tuin van het perceel grenst aan een ander perceel, waarvan verweerder sinds mei 2007 eigenaar is. Op het perceel van verweerder bevindt zich een loods. Deze staat op enkele meters afstand van de kadastrale erfgrens met een aantal percelen, waaronder het perceel van eiser. De muur van de loods - en in het verlengde daarvan de in 1981 gebouwde muur - staat op enkele meters afstand van de kadastrale erfgrens. De strook grond van enkele meters tussen de muur in het verlengde van de loods en de kadastrale erfgrens is als tuin in gebruik bij eiser sinds hij in 1999 in het pand is gaan wonen. Eiser vordert in het geding dat de rechtbank voor recht verklaart dat door verkrijgende verjaring genoemde strook grond door eiser in eigendom is verkregen. De rechtbank heeft de vordering toegewezen.

Het Hof

Het Hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en bevolen de strook grond te ontruimen en ter vrije beschikking te stellen van verweerder. Het Hof heeft overwogen dat ingevolge artikel 3:102 lid 2 BW de verkrijger onder bijzondere titel alleen dan de tijd die het bezit bij zijn rechtsvoorganger heeft geduurd bij zijn eigen bezit kan optellen, indien de verkrijger bij zijn verkrijging te goeder trouw was. Daarbij wordt aangenomen dat eiser bij de verkrijging van de eigendom van het perceel in 1999 de registers heeft geraadpleegd en dat daarbij is opgemerkt dat de strook grond niet tot het perceel behoorde. Eiser kan derhalve niet als te goeder trouw worden aangemerkt. Het Hof oordeelde dat de consequentie daarvan is dat als bezitter te kwader trouw de lopende verjaring niet door eiser is voortgezet.
In 1999 zou dus een nieuwe termijn van twintig jaar voor verjaring zijn aangevangen, aldus het Hof. Deze is ten tijde van de procedure nog niet voltooid.

Hoge Raad

Het oordeel van het Hof houdt bij de Hoge Raad geen stand. De Hoge Raad redeneert als volgt. Ingevolge artikel 3:105 BW kan ook de bezitter die niet te goeder trouw is de eigendom van een zaak verkrijgen. Hiervoor is slechts vereist dat hij de zaak bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid (verweerders vorderen revindicatie). Voor de voltooiing van verjaring is nodig dat de toestand dat een ander dan de rechthebbende bezitter is, gedurende de gehele verjaringstermijn van 20 jaar heeft voortgeduurd. Daarbij is dus niet van belang of opvolging van het bezit heeft plaatsgevonden, en evenmin of de opvolgende bezitters te goeder trouw waren. Deze overweging brengt de Hoge Raad tot vernietiging van het arrest van het Hof.

Conclusie

In het kader van verjaring op de voet van artikel 3:105 BW komt dus geen betekenis toe aan het feit of de bezitter te goeder trouw was of niet op het moment dat hij bezitter werd. Na 20 jaar vervalt het recht om actie te ondernemen tegen degene die de zaak dan in bezit heeft. Het is dus raadzaam als rechthebbende (wanneer sprake is van inbezitneming) om op tijd, in ieder geval binnen 20 jaar, de eigendom terug te eisen.

De uitspraak van de Hoge Raad is te vinden op rechtspraak.nl onder kenmerk LJN: BW5324.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ons kantoor (tel: 010-7504475 of e-mail info@thladvocaten.nl)

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.