NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Contractsvrijheid ingeperkt door Hof Den Bosch

18 juni 2012 - nieuws

Een overeenkomst komt normaliter tot stand door een aanbod van de ene partij en de aanvaarding daarvan door de andere partij. Daarbij is van groot belang dat er bij beide partijen de wil bestaat tot het sluiten van de overeenkomst. Ontbreekt deze wil dan kan de overeenkomst vernietigd worden. In een recent arrest van het Hof Den Bosch wordt aangenomen dat er sprake is van een geldige overeenkomst ondanks het ontbreken van de vereiste wilsovereenstemming.

De feiten en stellingen van partijen

In de zaak die aanleiding gaf tot deze uitspraak huurde de huurder een pand bestaande uit twee delen. In het voorste deel werd door hem een eenmanszaak geëxploiteerd in de vorm van een restaurant.
In het achterste gedeelte van het pand was een loods. De huurder heeft deze loods per juli 2006 (onder)verhuurd aan een voor hem onbekende huurder die hij nooit heeft geverifieerd en ook nooit een huurcontract heeft laten ondertekenen. De netbeheerder deed een inval in de loods en ontdekte aldaar een hennepkwekerij. In het pand was één elektriciteitsaansluiting aanwezig, die zich in het restaurant bevond en op naam van de exploitant van het restaurant, de hoofdhuurder, stond.
Deze elektriciteitsmeter was eigendom van de netbeheerder. De netbeheerder constateerde bij de inval dat de in de hennepkwekerij gebruikte stroom buiten die aansluiting om liep en dus illegaal werd afgetapt. De netbeheerder leed hierdoor schade en wilde die verhalen op de hoofdhuurder. De netbeheerder stelde daartoe dat de huurder toerekenbaar tekort was geschoten in het nakomen van de overeenkomst. De huurder betwistte dat sprake was van een overeenkomst met de netbeheerder nu er nooit sprake was geweest van een schriftelijke of mondelinge overeenkomst. Er was alleen een overeenkomst met de leverancier van de energie.

De netbeheerder erkende dat er geen overeenkomst met haar was gesloten, maar stelde dat de overeenkomst met de leverancier van de energie tevens als grondslag diende voor een overeenkomst tussen haar en de huurder, omdat deze huurder de jaarafrekening van zijn energieleverancier zonder enig bezwaar heeft voldaan. Via de jaarafrekening werden de beheerkosten van de netbeheerder al de tijd doorberekend. Het onbezwaard betalen van deze kosten mocht de netbeheerder opvatten als een openbaring van de wil tot het sluiten van een overeenkomst, aldus de netbeheerder.
De tweede door de netbeheerder gestelde grondslag voor de overeenkomst bestond uit de feitelijke afname van elektriciteit via de door de netbeheerder ter beschikking gestelde aansluiting in het pand.

De Elektriciteitswet 1998

Van belang is dat volgens de Elektriciteitswet 1998 geldt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds netbeheerders en anderzijds elektriciteitsleveranciers. Netbeheerders zijn in een bepaald gebied verantwoordelijk voor onder meer de aansluiting op het netwerk, terwijl elektriciteitsleveranciers de levering van elektriciteit verzorgen.

De beslissing van het Hof

het Hof Den Bosch ging mee in de redenering van de netbeheerder. Volgens het Hof Den Bosch kon deze feitelijke afname van elektriciteit door de huurder leiden tot het gerechtvaardigde vertrouwen bij de netbeheerder dat de huurder een transport- en aansluitovereenkomst heeft willen aangaan en is aangegaan.

Commentaar bij de uitspraak

De netbeheerder was de enige van zijn soort in de omgeving is, hetgeen de keuze voor de consument zeer beperkt maakte: wel of geen elektriciteit. Ook voor de netbeheerder was de vrije wil niet aanwezig nu hij simpelweg verplicht wordt door de Elektriciteitswet 1998 om het transport van elektriciteit te verzorgen.

Voor beide partijen kan eigenlijk gesteld worden dat er geen wilsvrijheid bestond met betrekking tot het aangaan van de overeenkomst. Dit roept de vraag op of de weg die het Hof Den Bosch is ingegaan wel de juiste is. De huurder heeft op deze manier geen keuzemogelijkheid tot aanvaarding. Hij wordt volgens de uitleg van het Hof geacht te hebben ingestemd met het aanbod van de netbeheerder.
In het ondenkbare geval dat hij dat niet zou hebben aanvaard, heeft hij geen toegang tot het elektriciteitsnetwerk en is hij dus niet in staat om zijn bedrijf te exploiteren. De wil om toegang tot het netwerk te krijgen is dus altijd impliciet aanwezig zodra een consument een overeenkomst sluit met een elektriciteitsleverancier. Maar de wil tot het sluiten van een overeenkomst ontbreekt hier. De consument sluit immers een contract met de elektriciteitsleverancier en aanvaardt daarmee diens voorwaarden en niet de voorwaarden van de netbeheerder. Het voldoen van de kosten van de netbeheerder - als onderdeel van de jaarafrekening van de energieleverancier - vloeit voort uit pure noodzaak en is niet aan te merken als het aangaan van een overeenkomst.

Het uitgangspunt in ons recht is dat partijen de vrijheid hebben om contracten aan te gaan en te bepalen onder welke voorwaarden dit dient plaats te vinden. Door aan te nemen dat er in bovenstaande zaak sprake is van een overeenkomst wordt door het Den Bosch afbreuk gedaan aan het beginsel van contractsvrijheid van partijen. Partijen raken in onwetendheid over wat ze te wachten staat wanneer zij een contract ondertekenen. Dit kan op den duur leiden tot rechtsonzekerheid. Indien het Hof had geoordeeld dat er sprake was van een onrechtmatige daad - er wordt met het onrechtmatig wegnemen van energie immers een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de netbeheerder - dan had zij zich daarbij meer kunnen toespitsen op de omstandigheden van het geval. Van de aanname van een algemeen geldende overeenkomst is dan geen sprake. Partijen blijven in dat geval zelf in staat te bepalen met wie ze een overeenkomst sluiten en wat de inhoud daarvan is.

Tenslotte

Consumenten en ondernemers moeten er rekening mee houden dat zij (ongewild) een overeenkomst kunnen zijn aangegaan als gevolg van feitelijk (ondoordacht) handelen, zoals het betalen van doorbelaste kosten van een derde partij. Dit kan zorgen voor onduidelijkheid over de vraag met wie overeenkomsten bestaan en welke voorwaarden daarop van toepassing zijn. Dit is met name voor ondernemers, maar ook voor consumenten, een ongewenste situatie.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ons kantoor (tel: 010-7504475 of e-mail info@thladvocaten.nl)

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.