NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Hoge Raad legt de lat voor matiging van loonvordering na vernietigd ontslag hoog

14 juni 2012 - Arbeidsrecht nieuws

Een werknemer die het niet eens is met zijn ontslag, kan dat vernietigen. Als de werkgever voet bij stuk houdt, zal uiteindelijk de rechter zich moeten uitlaten over de rechtsgeldigheid van het ontslag. Als de vernietiging van het ontslag door de werknemer uiteindelijk bij de rechter stand houdt, leidt dat tot een loonvordering die flink kan oplopen. De Hoge Raad liet zich onlangs uit over zo'n vordering.


De feiten

De werkneemster in kwestie was op 1 juli 2006 bij een tandartspraktijk in dienst getreden.
Op 18 juni 2007 werd de werkneemster op staande voet ontslagen. Door tussenkomst van een advocaat beriep de werkneemster zich bij brief van 17 augustus 2007 op de nietigheid van het ontslag en maakte zij aanspraak op doorbetaling van het loon tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst (wel) rechtsgeldig zou zijn geëindigd. De werkgever besloot vervolgens pas in april 2009 een verzoek bij de Kantonrechter in te dienen om de arbeidsovereenkomst, voorzover die nog zou bestaan, te ontbinden. Die ontbinding werd door Kantonrechter uitgesproken per 16 april 2009. De werkneemster vorderde vervolgens loon over de periode vanaf het ontslag op staande voet (18 juni 2007) tot aan de ontbinding (16 april 2009). Zij had dus krap een jaar gewerkt en vorderde loon over 22 maanden waarin zij niet had gewerkt. De werkgever stelde dat de rechter de vordering (in ieder geval) moest matigen.

Het juridisch kader

De rechter is op grond van artikel 7:680a van het Burgerlijk Wetboek bevoegd een vordering tot doorbetaling van loon, die is gegrond op de vernietigbaarheid van een ontslag, te matigen.
Die matigingsbevoegdheid is door de wetgever wel aan banden gelegd. Matiging mag namelijk alleen indien toewijzing van de loonvordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden en niet tot minder dan drie maanden loon. De rechter moet in zijn motivering van de uitspraak tot uitdrukking laten komen dat hij deze terughoudendheid heeft betracht. In een uitspraak uit 2010 (HR 16 april 2010, LJN: BL1532) overwoog de Hoge Raad al dat een wanverhouding tussen de gewerkte periode en de periode waarover de werknemer recht heeft op doorbetaling van het loon een reden kan zijn voor matiging.

De uitspraak van de Hoge Raad

De Kantonrechter en het Hof oordeelden dat bij volledige toewijzing van de loonvordering een wanverhouding zou ontstaan tussen de tijd waarover het loon moet worden betaald en de tijd die de werkneemster voor de tandartspraktijk had gewerkt. Zij matigden de loonvordering van 22 maanden tot het wettelijk minimum van drie maanden. De werkneemster had een lange adem en legde de zaak voor aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad besliste uiteindelijk dat de uitspraak van het Hof niet voldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad vond met name van belang dat het Hof niet duidelijk had gemaakt waarom in het onderhavige geval, waarin de werkgever het oplopen van de loonvordering aan zichzelf had te wijten, de toewijzing van de integrale loonvordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden:

'Het hof maakt immers niet duidelijk waarom in dit geval - waarin de werkgever eerst twintig maanden na het ontslag op staande voet waarvan de werknemer de nietigheid heeft ingeroepen, ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht - van een zodanige wanverhouding sprake is dat toewijzing van de vordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden'

Tenslotte

De prijs van een ontslag dat met succes door de werknemer wordt vernietigd, kan hoog zijn.
De uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk dat de werkgever die talmt met het opstarten van een ontbindingsprocedure, het lid op de neus krijgt. In de ogen van de Hoge Raad heeft die werkgever het oplopen van de loonvordering in de periode tussen de datum van het (uiteindelijk vernietigde) ontslag en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan zichzelf te wijten.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Erik Lichtenveldt
(tel: 010-7504475 of e-mail el@thladvocaten.nl)

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.