NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Boete van € 1.000,- voor ‘treintje rijden’ eerlijk?

04 april 2016 - nieuws

Het komt nog al eens voor, het zogenoemde 'treintje rijden'. Dat wil zeggen met een auto zonder te betalen een parkeergarage verlaten door vlak achter een wel betalende auto onder de slagboom aan te rijden. Q-Park heeft hiervoor een stokje willen steken door de niet betalende parkeerder een boete op te leggen. Als betaling uitblijft, vordert Q-Park in rechte betaling van de boete, althans een deel ervan.

De rechtbank Noord-Holland heeft in dit kader moeten beoordelen of het boetebeding in de algemene voorwaarden van Q-Park in het licht van Europese regelgeving al dan niet een oneerlijk beding is.

Het betrof de volgende casus. Q-Park exploiteert de parkeergarage behorende bij de Amsterdamse vestiging van de Bijenkorf. Op 4 april 2015 is een auto de parkeergarage uitgereden zonder te betalen, door 'treintje te rijden'. Q-Park heeft in haar algemene voorwaarden opgenomen dat de parkeerder een boete van € 1.000,- is verschuldigd als hij zich schuldig maakt aan 'treintje rijden'. Bezoekers van de parkeergarage rijden bij het inrijden van de parkeergarage langs een bord waarop informatie wordt vermeld over onder meer de tarieven en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden.

Q-Park heeft de parkeerder die zich schuldig heeft gemaakt aan 'treintje rijden' gedagvaard en op grond van eerdergenoemd boetebeding een (gematigd) bedrag van € 365,- gevorderd. De parkeerder is niet in de procedure verschenen.

De kantonrechter heeft als vaststaand aangenomen dat de gedaagde een auto heeft geparkeerd in de parkeergarage en dat zij daarmee een (parkeer)overeenkomst is aangegaan met Q-Park en dat daarop de algemene voorwaarden van Q-Park van toepassing zijn. Op grond van deze algemene voorwaarden is gedaagde vanwege het 'treintje rijden' in beginsel een boete van € 1.000,- verschuldigd.

Omdat de overeenkomst tussen Q-Park en gedaagde moet worden aangemerkt als een consumentenovereenkomst als bedoeld in de Europese richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, is de kantonrechter – ook in verstekzaken waar de gedaagde niet verschijnt – verplicht om na te gaan of het boetebeding oneerlijk is in de zin van deze richtlijn.

Volgens genoemde richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Een beding kan onder meer oneerlijk zijn als dat beding tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredige hoge schadevergoeding op te leggen.

Bij de beantwoording van de vraag of het boetebeding in de algemene voorwaarden van Q-Park oneerlijk is, heeft de kantonrechter de maatstaf gehanteerd of de boete in een redelijke verhouding staat tot de voor Q-Park te verwachte schade door de gedraging waarop de boete is gesteld, en of de boete als 'prikkel tot nakoming' in een redelijke verhouding staat tot het belang voor Q-Park dat met nakoming van de verplichting is gediend. Verder moet de gedraging waarop de boete is gesteld een voldoende ernstige tekortkoming in de nakoming opleveren om een boete te kunnen rechtvaardigen, aldus de kantonrechter.

Het 'treintje rijden' door gedaagde levert naar het oordeel van de kantonrechter zonder meer een ernstige tekortkoming in de nakoming op die een boete rechtvaardigt. Doordat Q-Park haar vordering wat betreft de boete heeft beperkt tot een bedrag van € 365,-, onder verwijzing naar de door haar gemaakte kosten en met de toelichting dat de hoogte van de boete voldoende afschrikwekkend moet zijn, kan de kantonrechter niet anders dan vaststellen dat Q-Park zelf vindt dat een boetebedrag van € 365,- in een redelijke verhouding staat tot de door Q-Park te verwachte schade en voldoende prikkel tot nakoming oplevert. Daaruit volgt dat het boetebedrag van € 1.000,- dus niet in redelijke verhouding staat tot de geleden schade en onnodig hoog is als prikkel tot nakoming. Dat betekent dat het boetebeding een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt aan een consument en derhalve een oneerlijk beding is in de zin van genoemde richtlijn.

Als sprake is van een oneerlijk beding, dient het beding door de kantonrechter te worden vernietigd. De kantonrechter kan niet overgaan tot matigen van de boete. Deze 'alles of niets'-uitleg past bij het doel van de richtlijn, te weten een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Als een oneerlijk hoge boete zou kunnen worden gematigd door de rechter, dan houdt dat niet het gebruik van het boetebeding tegen. Nu de grondslag van de vordering van Q-Park tot betaling van € 365,- (namelijk het boetebeding) door de kantonrechter is vernietigd, is de vordering afgewezen. Overigens is de vordering van Q-Park tot betaling van het dagtarief van € 50,- wel door de kantonrechter toegewezen.

Deze uitspraak van de rechtbank Noord-Holland maakt duidelijk dat het beperken van een vordering (Q-Park heeft immers niet € 1.000,-, maar € 365,- aan boete gevorderd) niet altijd voordelig uitpakt. Niet is gezegd dat Q-Park haar vordering wel toegewezen had gekregen als zij een boete van € 1.000,- had gevorderd, maar duidelijk is dat de beperking van de vordering en de toelichting daarop in het nadeel van Q-Park heeft gewerkt. Op basis van de eigen stellingen van Q-Park heeft de kantonrechter immers vastgesteld dat een boetebedrag van € 365,- wel en een boetebedrag van € 1.000,- niet in een redelijke verhouding staat tot de door Q-Park te verwachte schade en voldoende prikkel tot nakoming oplevert.

Overigens leert een (kort) onderzoek op internet dat Q-Park haar algemene voorwaarden inmiddels heeft aangepast, in die zin dat in geval van 'treintje rijden' naast het tarief  van een verloren kaart een aanvullende schadevergoeding van € 300,- is verschuldigd. Gelet op het bovenstaande kan men ervan uitgaan dat een dergelijke 'boete' niet oneerlijk is in de zin van de Europese richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Camilla Rodrigues Pereira-de Kuyper (tel: 010-7504475 of e-mail ck@thladvocaten.nl).

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.