NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Een tweede kans voor de huurder met een hennepkwekerij?

12 oktober 2015 - Onroerendgoedrecht nieuws

Op deze website in een stuk van 4 oktober 2013 is geschreven over de acceptatie in de rechtspraak van het strenge beleid dat woningstichtingen voeren als het gaat om hennepkwekerijen in huurwoningen. De lijn in de rechtspraak is duidelijk: de aanwezigheid van een hennepkwekerij in een huurwoning rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst, tenzij een huurder bijzondere omstandigheden aanvoert die een ontbinding niet zouden rechtvaardigen. Een recente uitspraak van de kantonrechter Amsterdam (in kort geding) van 24 september 2015 lijkt hiermee in strijd. De kantonrechter in Amsterdam gaat een heel andere kant op.

Wat speelde er voor de kantonrechter Amsterdam?

Op 16 mei 2015 heeft de politie een hennepkwekerij in een woning ontdekt. Het betrof vijftig stekjes van hennep planten in een gangkast. De huurder woonde in de woning met zijn twintigjarige dochter. De verhuurder, een woningcorporatie, vorderde in kort geding ontruiming van de woning. De huurder voerde verweer, onder andere inhoudende dat niet in strijd was gehandeld met de huurovereenkomst, er geen sprake was van wanprestatie en het woonbelang groot was.

De kantonrechter begint nog met de opmerking dat in de rechtspraak hennepkweek in een woning in het algemeen toewijzing van een ontbinding-/ ontruimingsvordering oplevert. De kantonrechter vervolgt met de overweging dat daarmee wordt onderstreept dat het kweken van hennep in woningen ontoelaatbaar is, onder andere vanwege gevaarzetting door illegaal elektriciteit af te tappen, schade aan woningen, overlast voor omwonenden en oneigenlijk gebruik van schaarse woonruimte. Hij merkt vervolgens op dat onverkorte toepassing van het strenge beleid van woningcorporaties kan doorschieten, als er geen rekening gehouden zou hoeven te worden met de aard van de in de woning aangetroffen hennepkwekerij en de speciale omstandigheden van de huurder/kweker en diens medebewoners. Tot zover is dit juist en deze overwegingen passen ook binnen de lijn van de vaste rechtspraak.

Vervolgens maakt de kantonrechter echter een vergelijk, dat mijns inziens niet past. Hij geeft aan dat die speciale omstandigheden van de huurder en diens medebewoners tegen de achtergrond gehouden moeten worden van het tweede- kans beleid voor asociale huurders (ernstige overlastbezorgers) en de perceptie van de strafwaardigheid van hennepkweek in het licht van het Nederlandse gedoogbeleid voor softdrugs. De gevolgen voor een huurder/ kweker waren volgens de kantonrechter niet in evenwicht met de mogelijkheden die overlastbezorgers in het kader van een tweede- kans beleid plegen te krijgen. Daarbij hield de kantonrechter rekening met de volgende  omstandigheden:

-         Van een bestemmingswijziging van de woning was geen sprake door een kwekerij in die staat (vijftig stekjes in een gangkast);

-         Er was geen sprake van aangerichte schade aan het gehuurde als gevolg van de hennepkweek;

-         Overlast voor omwonenden was niet geconcretiseerd;

-         Gevaarzetting was niet geconcretiseerd;

-         Huurder was kansarm met een drank- en drugs verleden, financiële problemen en actieve zorgbegeleiding;

-         Volgens de hulpverleners zou een ontruiming desastreus kunnen zijn.

De kantonrechter overweegt verder nog dat het ontoelaatbaar handelen van de huurder in de kiem lijkt te zijn gesmoord.

De verhuurder is verwezen naar een bodemprocedure, waarin zij dient toe te lichten wat zij, danwel anderen doen aan zogenaamd tweede- kans beleid voor de categorie hennepkwekers in een geval waarin het gaat om kansarme huurders.

In mijn optiek slaat de kantonrechter de plank mis en ziet hij een aantal zeer belangrijke argumenten voor handhaving van het strenge beleid (zonder tweede- kans) over het hoofd.

Mijns inziens vergeet de kantonrechter een belangrijke reden voor het voeren van streng beleid te noemen, namelijk dat hennepkweek strafbaar is en dat woningen waar een hennepkwekerij aanwezig is een aanzuigende werking hebben op criminele activiteiten in de omgeving. Dat levert een ernstig gevaar op voor de openbare orde, de leefbaarheid in buurten en wijken. Zeker een woningcorporatie heeft een taak op het gebied van leefbaarheid, hetgeen vastgelegd is in de Woningwet. Verder wordt een woning bedrijfsmatig ingezet. Wanneer sprake is van meer dan vijf planten (of dit stekken zijn of volwaardige planten zou niet uit moeten maken) kan niet gezegd worden dat de hennep wordt gekweekt voor eigen gebruik.

Dan de suggestie voor een tweede- kansbeleid. Het klopt dat veel verhuurders een tweede- kans beleid hanteren als het gaat om overlastsituaties. Ik vind dat overlastsituaties niet kunnen worden vergeleken met de situatie waarin sprake is van hennepkweek in huurwoningen. In de eerste plaats is hennepkweek strafbaar (een gedoogbeleid van vijf planten brengt daarin geen verandering). In de tweede plaats vindt hennepkweek vrijwel altijd plaats in criminele sferen met alle gevaren van dien. In de derde plaats is er vrijwel altijd een risico op brand. Dat brandgevaar mag niet gebagatelliseerd worden.

Dat in dit geval er enkel nog sprake was van stekken en de kweek in de kiem was gesmoord, zijn geen omstandigheden die in het voordeel van de huurder kunnen werken; de huurder is immers niet uit eigen beweging gestopt met de hennepkweek.

Het is voor verhuurders te hopen, dat de uitspraak van deze Amsterdamse kantonrechter geen navolging krijgt. Het kweken van hennep is geen onschuldige hobby of bijverdienste. Het telen is een misdrijf en de handel is in de meeste gevallen in handen van (zware) criminelen c.q. criminele organisaties. De politie signaleert dat hennepkwekers steeds vaak het slachtoffer worden van geweldsdelicten en in ripdeals. Daarmee wordt niet alleen de huurder zelf in gevaar gebracht, maar zeker ook omwonenden. Ik vraag mij af of de kantonrechter Amsterdam zich dit afdoende heeft gerealiseerd. Mijns inziens gaat het veel te ver dat de kantonrechter suggereert dat de verhuurders ook voor deze categorie huurders iets moet doen aan een zogenaamd tweede- kans beleid.

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Renate van der Hoeff (tel: 010-7504475 of e-mail: rh@thladvocaten.nl).

Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Lees meer over ons cookiebeleid.