NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Bitcoins zijn geen geld maar een ruilmiddel

21 juni 2016 - nieuws

Wat is nu eigenlijk een bitcoin? Duidelijk is, dat het ruilmiddel is ontstaan in de praktijk in 2009. Het is een betaalmiddel dat buiten banken om wordt gebruikt. Meer en meer bedrijven en vooral online winkels accepteren betalingen in Bitcoin. De wet geeft geen definitie. Op het Internet vliegen de verschillende definities ons om de oren: Bitcoin is een munteenheid, bitcoin is een vorm van elektronisch geld, bitcoin is een virtuele munt waarmee goederen en diensten via het software betaald kunnen worden. Natuurlijk wordt er over de bitcoin geprocedeerd. Zo heeft het Europese Hof van Justitie eind verleden jaar nog bepaald dat de handel in de virtuele valuta bitcoin belastingvrij is.

Dat er in de praktijk behoefte is aan duidelijkheid, blijkt wel uit een door middel van crowdfunding gefinancierd hoger beroep. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in een arrest van 31 mei 2016 wat meer duidelijkheid gecreëerd en over de bitcoin geoordeeld dat het geen geld is in de zin van de wet, maar een ruilmiddel.

Het hof omschrijft de werking als volgt: "Bitcoin" is het peer-tot-peernetwerk dat een decentraal opgeslagen grootboek – "de blockchain"- bijhoudt. Een "bitcoin" is de digitale munt die via het Bitcoin-netwerk verstuurd wordt. De adressen waarnaar bitcoins verzonden worden, bestaan uit een unieke reeks van cijfers en letters. In de blockchain wordt een overzicht bijgehouden van alle gegenereerde adressen en transacties. Het Bitcoinprotocool is zo ingericht dat miners (mensen die computerkracht ter beschikking stellen om de validiteit van transacties te controleren) voor hun werkzaamheden ten behoeve van de validiteit van die transacties beloond kunnen worden met een aantal bitcoins.

De zaak waar het hof over oordeelde betrof een koper, partij X, die op 8 augustus 2012 een overeenkomst gesloten had met betrekking tot de koop en verkoop van 2.750 bitcoins tegen een koopprijs van € 8,05 per bitcoin. Partij X betaalde de koopprijs en kreeg 990 bitcoins geleverd op diens bitcoinrekening. De resterende 1.760 bitcoins leverde partij Y niet. Party X ontbond de koopovereenkomst. Door de tekortkoming van partij Y leidde partij X in ieder geval een schade ter hoogte van € 14.168,- (1.760 x € 8,05). Partij X meende echter dat hij meer schade had geleden, te weten koerswijzigingsschade. Daarbij ging hij uit van het verschil in koers tussen het moment van het sluiten van de overeenkomst en de dag van de dagvaarding. Het hof ging daarin niet mee. Die geeft aan, dat gekeken moet worden naar het moment waarop de tussen partijen gesloten koopovereenkomst is ontbonden.

Er kan volgens het hof geen aansluiting worden gezocht bij het specifieke wetsartikel dat ziet op vergoeding van de schade vanwege koerswijziging (6:125 lid 1 BW), omdat bitcoins geen geld zijn. Het hof geeft aan dat partij Y tekort is geschoten en daardoor schadeplichtig is, maar die schadeplichtigheid geldt tot aan de dag van ontbinding van de koopovereenkomst. De bitcoin kan op één lijn worden gesteld met een goed met een "dagprijs". Het hof zoekt dan aansluiting bij artikel 7:36 BW. Dat artikel bepaalt: "In geval van ontbinding van de koop is, wanneer de zaak een dagprijs heeft, de schadevergoeding gelijk aan het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de dagprijs ten dage van de niet-nakoming". Een koop kan ook op een vermogensrecht betrekking hebben (artikel 7:47 BW).

Tussen partijen was niet in geschil dat de waardestijging van de bitcoin tussen de datum van het sluiten van de koopovereenkomst en de datum van ontbinding € 1,- bedroeg. Daarmee had partij X recht op een schadevergoeding van € 1.760,- (naast het restant van de koopsom). Partij X had geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit de conclusie kon worden getrokken dat de verkochte bitcoins door hem niet heel snel weer zouden worden doorverkocht, zodat het toekennen van de schadevergoeding die betrekking heeft op een waardestijging van de bitcoins over een langere termijn, niet in de rede lag.

Dat de bitcoin niet kan worden aangemerkt als geld, maar dient te worden gezien als ruilmiddel is een oordeel dat in de toekomst mogelijk verandert. Voorlopig moeten de gebruikers van bitcoins met transacties in Nederland het hier wel mee doen. De Nederlandse Bank zal tevreden zijn met de uitspraak. Die heeft zich in het verleden al over de bitcoin uitgesproken als een niet-bruikbaar alternatief voor geld, vanwege de veiligheidsrisico's, de grillige koers, maar ook het gebrek aan toezicht.

Wilt u meer weten over deze uitspraak? U kunt contact opnemen met Renate van der Hoeff (tel: 010-7504475 of e-mail: rh@thladvocaten.nl).