NL / EN
Nieuws-detail -
Wegwijs in Woonrecht
Praktische antwoorden op vragen uit de praktijk
Klik hier om dit boek te bestellen

Pas op met formuleren bij een ontslag op staande voet

17 maart 2016 - Arbeidsrecht nieuws

Het ontslag op staande voet is de meest verstrekkende maatregel die een werkgever kan nemen. Een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet betekent voor de werknemer dat hij per direct een baan meer heeft, geen aanspraak heeft op een WW-uitkering en schadeplichtig wordt tegenover de werkgever. Het geven van een ontslag op staande voet is dan ook aan strenge voorwaarden gebonden. Eén van die voorwaarden houdt in dat sprake moet zijn van een dringende reden die onverwijld aan de werknemer moet worden meegedeeld.

De formulering van de dringende reden is van groot belang, aangezien de ontslagen werknemer daarvan uit moet kunnen gaan bij de beoordeling of hij zich verzet tegen het ontslag. De werkgever moet het dus met de opgegeven reden doen als er later een procedure voert en kan deze in beginsel niet aanvullen of wijzigen. In een uitspraak van de Hoge Raad uit 2001, had de werkgever bijvoorbeeld verduistering door de werknemer als dringende reden genoemd, wat ertoe leidde dat de werkgever de voor verduistering noodzakelijke opzet moest aantonen.

Uitspraak Hoge Raad van 19 februari 2016

In een recente uitspraak van de Hoge Raad ging het om het (wel vaker voorkomende) misbruik van een zakelijke tankpas van de werkgever. Deze was aan de werknemer verstrekt voor het gebruik van de auto die de werkgever aan hem ter beschikking stelde. De werknemer bleek de tankpas echter ook te gebruiken voor de auto van zijn echtgenote, hetgeen in een gesprek met de werknemer aan het licht kwam. Dat gebruik van een tankpas is normaal gesproken voldoende reden voor ontslag op staande voet.

De werkgever maakte het zichzelf echter moeilijk door de werknemer, korte tijd na het gesprek waarin de werknemer het gebruik van de tankpas had toegegeven, op staande voet te ontslaan en als reden op te geven "diefstal van bedrijfseigendommen". De werknemer betoogde vervolgens dat hij zich daaraan niet schuldig had gemaakt. Bovendien is, aldus nog steeds de werknemer, diefstal een juridisch begrip uit het strafrecht en zal dus bezien moeten worden of dat bewezen kan worden.

De kantonrechter volgde de werknemer en oordeelde dat het ontslag geen stand kon houden.
Het Hof en de Hoge Raad waren soepeler. De Hoge Raad overwoog dat aan de letterlijke tekst van een ontslagbrief niet steeds doorslaggevende betekening toekomt. Het gaat er volgens de Hoge Raad om of voor de werknemer duidelijk is welke dringende reden tot het ontslag heeft geleid. Dat in een ontslagbrief een strafrechtelijk begrip wordt gehanteerd, maakt dat niet anders.

Conclusie

Als aan een werknemer duidelijk is gemaakt welk gedrag heeft geleid tot een ontslag op staande voet, zal de kwalificatie die daaraan eventueel in een ontslagbrief wordt gegeven (diefstal, verduistering etc.) niet per se in het nadeel van de werkgever werken.

Niettemin verdient het de voorkeur in geval van een ontslag op staande voet zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven welk gedrag of welke gedragingen van de werknemer hebben geleid tot het ontslag op staande voet en kwalificaties zoals diefstal te ontwijken of alleen te gebruiken als beoordeling van de feiten die in de ontslagbrief zijn benoemd (bijvoorbeeld: wij beschouwen dit als diefstal).

Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Erik Lichtenveldt (tel: 010-7504475 of e-mail el@thladvocaten.nl).